Interview-Verzeichnis (alle)

03. Mai 2002 · Het Parool

De vermaledijde derde akte van Lulu

Lulu, akte drie - de muziekwereld was er blij mee, maar de weduwe van Alban Berg wilde er niets mee te maken hebben. Dirigent Harmut Haenchen heeft ook zo zijn aarzelingen. Bij De Nederlandse Opera laten ze akte drie daarom weg, waardoor bariton John Bröcheler 'die verschrikkelijke Jack the Ripper gelukkig niet hoeft te spelen'. Haenchen: 'Die instrumentatie van Lulu door Cerha is net zo slecht als de instrumentatie van Mahler Tien door Cooke.''

Wie de opera Lulu van Alban Berg op de planken zet, zal eerst een gewichtige vraag moeten beant woorden: welke versie gaat het worden, de tweeakter of de drieakter?

Voor Hartmut Haenchen, die het stuk in mei negen keer gaat dirigeren bij De Nederlandse Opera, is er geen twijfel mogelijk. Het wordt de tweeakter. Want de derde akte, door Alban Berg bij zijn dood in 1935 als torso achtergelaten en veertig jaar later alsnog door de Oostenrijkse componist Friedrich Cerha voltooid, vindt hij geen succes. Haenchen is niet te spreken over de in strumentatie van Cerha. Die vindt hij net zo slecht als de instrumentatie van Mahlers Tiende symfonie (ook als torso achtergelaten) van Deryck Cooke, om precies te zijn.

Haenchen: ''Iedereen die de muziek van Alban Berg kent en vertrouwd is met zijn stijl, hoort dat er in die derde akte opeens een ander klankbeeld ontstaat. Het stuk zakt daar in elkaar. Bovendien heb ik moeite met de lengte. Ik heb bij wijze van compromis nog voorgesteld om gedeelten weg te laten, maar daar wilde Cerha geen toestemming voor geven.''

Haenchen vind dat de luisteraar bij Lulu als drieakter de structuur uit het oor verliest, en dat de dramatische logica, die van de eerste twee akten zo'n hecht doortimmerd geheel maakt, sterk verwatert, zoniet verdwijnt. ''De eerste scène van akte drie speelt zich af in een Parijs casino en dat heeft met het voorafgaande niet zo veel te maken. Opeens is de opera daar een traag Konversationsstück geworden. In de tweede scène zitten we opeens in Londen, waar de handeling zich juist heel snel en dramatisch voltrekt, culminerend in de moord op Lulu door Jack the Ripper. Ik ben ervan overtuigd dat Berg hier nog lang niet mee klaar was. Hij heeft niet voor niets alleen al aan de tweede akte zeven jaar gewerkt! Wetend hoe geniaal Alban Berg was, en hoe uiterst secuur hij componeerde, staat voor mij als een paal boven water dat hij nog iets zou hebben gedaan aan de proporties van dat Parijse deel.''

Als het aan Helene Berg, de weduwe van de componist, had gelegen, was die derde akte er zelfs nooit gekomen, hoewel ze kort na de ontijdige dood van haar man, in 1935, verwoede pogingen heeft gedaan Lulu als drieakter voor de uitvoeringspraktijk te redden. Het probleem was dat Alban Berg pas 390 van de 1326 maten van akte drie had geïnstrumenteerd. Het gros van de noten was weliswaar geschreven, maar over veel detailkwesties (dynamiek, frasering, articulatie) had de componist zich nog niet kunnen buigen. Met een première in het vooruitzicht benaderde Helene Berg Arnold Schönberg, de leraar van haar echtgenoot, met de vraag of hij een mogelijkheid zou zien Lulu te voltooien. Schönberg zei nee, officieel omdat hij het een artistiek heilloze onderneming vond, maar officieus omdat hij, jood, onoverkomelijke bezwaren had tegen een claus als 'Jetzt kriegt er kalte Füsse, der Saujud! (akte III, scène 1). Helene Berg benaderde vervolgens Anton Webern, Alexander Zemlinsky, Ernst Krenek, Hans Erich Apostel, en zelfs de Italiaan Luigi Dallapiccola, maar kreeg van allen nul op het rekest, waardoor Lulu op 2 juni 1937 in Zürich uiteindelijk toch in onvoltooide staat in première moest worden gebracht.

Hartmut Haenchen: ''Schönberg, Webern, Krenek - dat waren niet de slechtst denkbare componisten die je zo'n opdracht had kunnen geven, zou ik zeggen. Maar als zij het al niet aandurfden... Opvallend is dat we hier te maken hebben met hetzelfde clubje dat gevraagd werd Mahlers Tiende te completeren, en dat ze ook voor díe eer bedankten! Overigens zeg ik altijd: de beste voltooiing van Mahlers Tiende zijn de Drei Orchesterstücke van Berg, hahaha.''

Voor de wereldpremière werd een ge waagde ad hoc oplossing bedacht. Na de tweede akte zou het orkest de Variationen en het Adagio uit de Lulu-Symphonie spelen, die Berg als Propagandastück voor de integrale opera al een jaar voor zijn dood had gecomponeerd. De zangers zouden de moord op Lulu hierbij slechts met gebaren vorm geven, en de schroeiende muziek van Berg, die uit de hete as van het vagevuur was weggegrist, moest de rest doen.

Ondanks alle praktische en dramaturgische bezwaren van deze noodoplossing was Lulu een eclatant succes, wat ook vanwege het elitaire karakter van de muziek - het stuk is in principe een seriële compositie, structureel geordend volgens de regels van de twaalftoontechniek - niet voor de hand lag. Helene Berg was door de gunstige ontvangst van het werk zozeer prettig verrast, dat ze haar voltooiingslobby subiet staakte, en de torso tot een 'compleet kunstwerk' promoveerde.

Als onaffe tweeakter ging het stuk ver volgens de operawereld rond, waar ver woede discussies ontstonden over de wenselijkheid of onwenselijkheid Lulu als torso te laten voortbestaan. Voorstanders van Lulu als tweeakter wezen op de compactheid van de opera, op de gespiegelde compositorische opzet ervan (scharnierpunt in akte twee), die met een extra akte geweld aangedaan zou worden, en op de storende lengte van bijna drie uur die een extra akte zou opleveren. Bovendien is de eerste scène van akte drie met voorsprong het saaiste onderdeel. Voorstanders van Lulu als drieakter wijzen er niet ten onrechte op dat Berg zijn opera als drieakter had bedoeld en opgezet, dat het drama zonder de catastrofe in dat laatste uur in de lucht blijft hangen, en dat de symmetrische opzet van het werk juist in de derde akte pas zijn afronding vindt. Immers, in het Londense tafereel vindt Lulu de dood door toedoen van Jack the Ripper, een rol die moet worden vertolkt door de zanger die in de voorgaande aktes het personage Dr. Schön was, Lulu's enige echte grote liefde.

''Ik zal je eens wat vertellen,'' zegt bariton John Bröcheler, die in Lulu de rol van Dr. Schön voor zijn rekening neemt, en die in de nieuwe productie van De Nederlandse Opera niet hoeft terug te keren als moordenaar. ''ik ben eigenlijk wel blij dat ik Jack the Ripper dit keer niet hoef te zijn, want van zo'n samenballing van puur, verschrikkelijk negativisme wordt niemand gelukkig.'' Die Dr. Schön vindt hij al erg genoeg. ''Een paranoïde, hypocriete man is hij, die denkt dat alles om hem draait. Schön beschouw ik als een karikatuur van Wotan. Maar dat was tenminste nog een sympathieke idioot.''

Als Helene Berg haar zin had gekregen, dan had de operaganger nooit met Jack the Ripper kennisgemaakt. Want de Lulu als tweeakter beviel haar zo goed, dat elk aan haar gericht verzoek Bergs schetsen te mogen inzien, laat staan een serieuze poging te mogen ondernemen de opera op basis van het beschikbare materiaal alsnog te voltooien, afketste op een kunstenaarsweduwlijke muur, waar met koeienletters NEIN! op stond gekalkt. Omdat sinds de jaren vijftig wel een door Erwin Stein vervaardigd piano-uittreksel van de derde akte verkrijgbaar was, kon Frau Berg niet verhinderen dat een Oostenrijkse componist, Friedrich Cerha, zich op eigen initiatief boog over een performing version van een complete Lulu. Wel liet ze testamentair vastleggen dat niemand Bergs schetsen mocht inzien, met als argument dat er geen enkele behoefte bestond aan een eventuele voltooiing. In zijn werkverantwoording schrijft Cerha dat Helene Berg hier, en hier niet alleen, de plank finaal misslaat. Volgens hem bestond er juist grote behoefte aan een voltooide Lulu en was dit herhaaldelijk, en niet door de onaanzienlijksten in de muziekwereld (Adorno, Reich, Perle) kenbaar gemaakt.

Intussen is er op de achtergrond nog een reden waarom Helene Berg moeite kan hebben gehad met die derde akte. Een reden van strikt persoonlijke en voor haar onverkwikkelijke aard: er was een andere vrouw in het spel. Een vrouw die Alban Berg in brieven zijn 'enige en eeuwige geliefde' noemde en aan wie hij in stilte, maar hoorbaar in de muziek, zijn strijkkwartet Lyrische Suite opdroeg, en die ook in Lulu voor de goede verstaander luid en duidelijk wordt toegezongen. Hanna Fuchs-Robettin heette ze. In de Lyrische Suite zette hij haar initialen H-F om in noten (in het Nederlands levert dit de tonen B en F op), en ook in Lulu komen die op tenminste één veelzeggend moment voor: in de sterfscène van de gravin Geschwitz, die een fatale liefde voor Lulu heeft opgevat, en deze aan het slot op aangrijpende wijze uit, terwijl in de orkestbegeleiding een akkoord klinkt met de B en de F als de hoogste en de laagste noten.

Alban Berg zal dit zijn wettige echtgenote niet hebben verteld toen hij de muziek aan het schrijven was. Toch móet Helene er, vele jaren na zijn dood, wel weet van hebben gekregen, omdat de biografische component in de muziek van Berg door musicologen als George Perle ruimschoots en met röntgenologische precisie in geschriften en boeken is geopenbaard.

Helene Berg heeft uiteindelijk niet kunnen verhinderen dat Lulu als drieakter op de planken werd gebracht. Dat Friedrich Cerha heeft moeten wachten tot na haar overlijden voordat hij zijn voltooiiing in première zag gaan, in 1979, in de Opéra van Parijs, gedirigeerd door Pierre Boulez, in een enscenering van Patrice Chéreau, zal ze als een triomf hebben beschouwd. Al maakt dat de tragiek van haar kunstenaarsweduwschap eigenlijk alleen maar groter.

Erik Voermans