Interview-Verzeichnis (alle)

17. Mai 2001 · de Volkskrant

Interview

Niederländische Philharmonie

Hartmut Haenchen, die zijn vertrek als chefdirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest heeft aangekondigd
wegens een naderende inkrimping met 13 musici, zegt 'nog helemaal niet' te weten of hij na 2002 terugkeert als gastdirigent. Het NedPhO gaat daarvan uit, maar Haenchen is het oneens met de manier waarop het NedPhO de
bezuiniging wil doorvoeren.
Haenchen, chef en 'opbouwer' van het NedPhO en Nederlands Kamerorkest sinds 1986, vindt dat de leiding zich 'veel te gemakkelijk' bij de maatregel van OCW-staatssecretaris Van der Ploeg neerlegt, en beschouwt de conclusies van het NedPhO als 'gevaarlijk' en 'gedoemd tot mislukken'.
Interimdirecteur Schoonderwoerd van het NedPhO/NKO maakte vorige week bekend dat de combinatie volgend jaar al haar concerten in de Amsterdamse Beurs stopzet. De inkrimping wordt gezocht in het Kamerorkest, dat vooral uit deeltijdmusici zal gaan bestaan, en de helft van zijn concerttaak ziet verdwijnen. Daarmee vervalt de hele bespeling van de Beurs - een complex dat door het NedPhO zelf voor tien miljoen werd
ingericht als concertcentrum.
Haenchen vindt het 'kaartenbak-orkest' dat het NedPhO heeft uitgedacht voor het NKO onwerkbaar, en voor een dirigent 'onaantrekkelijk'. Het verdwijnen van de Beurs-concerten vindt hij 'droevig en gevaarlijk', omdat met de Beursconcerten ook de avontuurlijker Beurs-programmering van het NedPhO/NKO in rook dreigt op te gaan. 'Over een paar jaar komt er weer een ander advies, en zal er misschien gezegd worden dat een
niet-avontuurlijk kamerorkest het best maar helemaal kan
verdwijnen.'
Haenchen zegt een verkleining van het NedPhO-symfonieorkest een betere oplossing te vinden. De door het NedPhO gekozen oplossingen maken het hem gemakkelijk bij zijn standpunt te blijven, zegt hij. Zijn ontslag is ingediend. De opzegtermijn is een jaar.
Geruchten dat Haenchen anderhalf jaar geleden al aan de kant zou zijn geschoven door de toenmalige NedPhO-directeur R. Overman, zodat zijn dreigement om op te stappen een 'loos gebaar' zou zijn, weerspreekt Haenchen. 'Overman wilde van me af, maar het bestuur heeft dat tegengehouden. Ook het orkest wilde met mij verder. Kort daarna was Overman weg.'
Haenchen vindt dat Overman (nu directeur van het Rotterdams Philharmonisch) gefaald heeft tijdens de afgelopen
Kunstenplanronde, door onnodig kosten te maken, te weinig te lobbyen en te veel te vertrouwen op een ambitieus beleidsplan, waarin de Beurs gepromoot werd als 'Palazzo Pubblico'. De Raad voor Cultuur en de commissie-Hierck, die allebei een inkrimping van de NedPhO-combinatie bepleitten, hebben hem 'woedend' gemaakt: 'Orkesten met de juiste connecties kwamen er het best vanaf.'

'Triest en paradoxaal' vindt hij de samenvoeging Noordhollands Philharmonisch-Ballet Orkest, in te richten naar
NedPhO-voorbeeld. Haenchen ziet 'grote moeilijkheden' weggelegd voor de nieuwe combinatie.

De Dresdner Musikfestspiele, waar Haenchen benoemd is als intendant, krijgen bij Haenchens eerste aflevering in 2003 overigens een stevige Nederlandse inbreng, met als gasten het NedPhO, regisseur Pierre Audi, het Nationale Ballet, het barokorkest van Ton Koopman, ensemble Loeki Stardust en de dirigent Hans Vonk.

De salarisverbetering voor het NedPhO heeft Haenchens instemming, maar de 'karige salariëring' in Nederland van
hooggekwalificeerde orkestmusici blijft hem verbazen: 'Twee tot drie keer zo weinig als Duitse orkestleden verdienen.'

Van onze verslaggever Roland de Beer