Interview-Verzeichnis (alle)

05. November 2010 · Het Parool

‘Ik wil niet dat opera elitair is’

Dirigent Hartmut Haenchen (67) is terug in Nederland voor Die Soldaten van B.A. Zimmermann bij De Nederlandse Opera. ‘Zo’n stuk hoor je straks nooit meer als alle kunst- bezuinigingen doorgaan.’

‘Toen ik in 1986 naar Nederland kwam, waren hier nog twintig symfonieorkesten" zegt dirigent Hartmut Haenchen. “Toen ik in 2002 vertrok als chef van het Nederlands Philharmonisch Orkest waren het er nog maar elf. En nu, acht jaar later, zijn het er nog tien. Ik vind dit een catastrofale tendens.”
Haenchen is in Amsterdam voor een reeks opvoeringen bij De Nederlandse Opera van Bernd Alois Zimmermanns Die Soldaten. In de schitterende enscenering van Willy Decker maakte het gitzwarte stuk in 2003 diepe indruk op de toehoorders. En ook voor Haenchen is het een van de hoogtepunten in de geschiedenis van DNO. Hij verheugt zich op de première (op 9 november) en de zeven navolgende voor- stellingen, maar de stemming wordt wat gedrukt door de rücksichtlose cultuurplannen van het nieuwe kabinet die hem ter ore zijn gekomen.
“Zo’n project als Die Soldaten is niet meer denkbaar bij het beleid dat er nu dreigt te komen. Dan wordt het niet meer gespeeld, want het is te duur. Dan gaat het mis- schien nog eens naar Salzburg – en dan is het pas echt elitair geworden. En ik wil niet dat deze kunstvorm elitair is.”
Die Soldaten is voor iedereen, stelt Haenchen gedecideerd. “Je hóeft helemaal niks te weten van de seriële structuur of welke technische achtergronden dan ook. Het is een hoogexpressionistisch stuk dat iedereen diep zal raken. En als je een beetje met de inhoud vertrouwd bent, gaat het óók over wat er gebeurt met een maatschappij waarin de waarde van kunst en cultuur verwaarloosd wordt. Hoe gedragen mensen zich die niet meer met kunst en cultuur in aanraking komen? Nou, daar komt oorlog van.” “Ik heb in mijn loopbaan talloze malen aan de politiek moeten uitleggen wat de waarde van kunst is. Ook in Duitsland. Het komt hierop neer: als je bij de kunst iets wegneemt, kost je dat op een andere gebied een veelvoud daarvan. Wat op de korte termijn een bezuiniging lijkt te zijn, levert op de langere termijn juist een kostenstijging op. Als je wilt bezuinigen moet je juist méér investeren in kunst en cultuur. Maar resultaat boek je pas in de toekomst, die de vier jaar van een kabinetsperiode overstijgt. Daar zit het grote probleem. Dat is ook het populistische aan het hele verhaal.” Haenchen bestrijdt dat kunst
slechts voor een kleine elite is. “De orkesten hebben een groot gedeelte van de schoolopleiding van muziek overgenomen. Er zijn nog nooit zo veel initiatieven vanuit orkesten ge- weest om op te vangen wat de scholen niet meer bieden. Het gevolg is, kort gezegd, een groot sociaal probleem. En als je dat inziet, realiseer je je dat snoeien op cultuur een enorme groei van kosten op het sociale vlak tot gevolg heeft. Het is bewezen dat kinderen die met klassieke muziek opgroeien of een instrument bespelen een andere intelligentie en een grotere sociale competentie hebben.”
In het Ruhrgebied leveren ze momenteel het bewijs, zegt Haenchen. “Daar zijn ze vijf jaar geleden begonnen met het project ‘Elk kind een instrument’. En ze kunnen nu al constateren dat de jeugdcriminaliteit terugloopt. Op lange termijn
levert dat een enorme winst op. Ik zou zeggen: zet in Nederland ook zo’n programma op. Ja, dat kost iets. Maar niet idioot veel.”
“Wat cultuur betreft zou ik willen zeggen: investeer het geld en bouw iets op, want daar heb je uiteindelijk meer aan dan wat je nu op korte termijn allemaal kapot maakt. Opbouw is iets van lange adem en geduld. Afbraak is iets onmiddellijks en onherroepelijks. De gedachte dat je een afgeschaft orkest wel weer kunt opbouwen als het weer wat beter gaat, gaat compleet mank. Een orkest opheffen is onherstelbaar. Kijk naar hoe lang het heeft geduurd voordat het NedPhO, dat voortkwam uit een fusie van drie orkesten, écht een orkest werd."

ERIK VOERMANS