Interview-Verzeichnis (alle)

17. Mai 2001 · de Volkskrant

Pervers, zacht gezegd

Pagina K6, Kunst

'Kom niet aan het NedPhO', zei hij. 'Anders ben ik weg.'Hartmut Haenchen hield voet bij stuk. Hij vertrekt, door de gedwongen bezuinigingen, als chefdirigent. 'Ze hebben zich veel te snel neergelegd bij de politieke beslissingen.'Actiefoto's, interviews, complete seizoenagenda's, honderden juichende Pressestimme (de Nederlandse citaten vertaald in het Duits); de laatste actualisering van de website@www.haenchen.net is van dinsdag 15 mei. New, NEU, is een recensie uit de Süddeutsche Zeitung: Hartmut Haenchen heeft met het Orkest van de Bayerische Rundfunk een 'voorbeeldige uitvoering' gegegeven. Als chefdirigent in Amsterdam geniet Haenchen in Nederland dan ook 'de hoogste bewondering'. Nogal koeltjes opent dezelfde website met een Pressemitteilung waarin de chef zijn vertrek uit Amsterdam wereldkundig maakt.'Hartmut Haenchen', meldt hij in de derde persoon enkelvoud, 'stelt zijn positie bij het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Nederlands Kamerorkest ter beschikking, omdat de plannen van
een door staatssecretaris R. van der Ploeg ingestelde muziekcommissie worden overgenomen. De Niederländische Philharmonie krijgt anderhalf miljoen minder subsidie, en zal dertien musici moeten inleveren. Omdat de subsidie sinds vijftien jaar niet is verhoogd, en daardoor elk jaar effectief omlaag is
gegaan, zijn verdere bezuinigingen niet denkbaar zonder artistieke schade.' 'Het grote nationale en internationale succes van het orkest wordt ronduit gediscrimineerd', schrijft Haenchen. 'Want andere,
minder geprofileerde orkesten mogen een verhoging van de subsidie verwachten.' Ruim een jaar vibreerde Haenchens dreigement door orkestgelederen en over departementsburelen: 'Kom niet aan
het NedPhO. Anders ben ik weg.' Nu heeft hij de verbintenis opgezegd. In 2002 is hij chef-af.

Het was een politiek gebaar 'en een gebaar van woede', zegt Haenchen, als hij in het Duitse Essen is neergestreken aan een restauranttafel met parkzicht ('ik begin steeds meer tijd te krijgen voor gastdirecties in Duitsland'). Haenchen, aanstaand intendant van de Dresdner Musikfestspiele en (nog steeds) eerste gastdirigent van de Nederlandse Opera, gaat hernieuwde gastdirecties tegemoet in Berlijn, München, Dresden, Leipzig. 'Amerika ligt me minder.'

Uit de Beurs en het Muziektheater in Amsterdam klinken intussen naargeestige geruchten. Het gebaar van Haenchen zou een loos gebaar zijn. Haenchen zou al zijn ontslagen voor hij zijn dreigement om op te stappen überhaupt kenbaar maakte. Rob Overman, de vorige directeur van het NedPhO - hij werd anderhalf jaar geleden directeur van het Rotterdams Philharmonisch - zou de samenwerking met Haenchen hebben
opgezegd. Haenchens verbijstering stolt in een glimlach. 'Dat klopt', zegt Haenchen uiteindelijk. 'Dat laatste althans. Overman wilde op termijn van me af. Maar hij had de bevoegdheid niet. Het bestuur heeft het herroepen. De OR wilde óók verder met me. Het probleem heeft zichzelf opgelost:Overman vertrok.'

Eigenlijk had Haenchen tot 2005 willen doorgaan. In het orkest waren veranderingen op til. 'Een stroomversnelling. Het orkest zou veel nieuwe mensen gaan aannemen, vanwege het vertrek van oudere musici. Heel spannend. Dat proces had ik willen begeleiden. Het liefst had ik ook meegewerkt aan het vinden van een opvolger.'

Een bezuinigingsadvies van de Raad voor Cultuur ('het hele Kamerorkest opdoeken') en de gedeeltelijke bevestiging daarvan door een commissie-Hierck ('dertien musici weg') deden de stroom niet versnellen maar verzanden. Oudere musici weg; weinig nieuwe in de plaats. Jawel, het NedPhO-bestuur had begrip voor Haenchens dreigement om op te stappen. 'Misschien helpt het', zeiden ze. Haenchen: 'Het hielp acht jaar geleden ook, toen er sprake van was dat het Nederlands Kamerorkest moest verdwijnen. Het heeft ook nu weer geholpen. Alleen niet voldoende. Eindelijk is de salarisverhoging voor de musici erdoor. Maar toch hebben we moeten inleveren. Ik vind dat bitter, en het maakt me emotioneel. Het maakt me soms woedend.'
En stel nu - theoretische kans - dat de Tweede Kamer de maatregel corrigeert en het NedPhO-NKO intact laat? 'Dan betekent dat misschien toch nog een stukje verlenging.' Loyaal ja, maar té loyaal nee, zo ziet Haenchen dat niet. 'Bekijk het zo: ik heb vijftien jaar het beste van mijn muzikale zelf in het orkest geïnvesteerd. Het enige dat mij interesseert, is het zo goed mogelijk achterlaten. Wat zou het anders voor zin hebben? In een tijd waarin chefdirigenten rondlopen met een contract van zes weken per jaar, chefs die langsvliegen als een gast, heb ik iets kunnen bewijzen met de ontwikkeling van het
orkest. Het wordt een deel van jezelf. Dat gooi je niet zomaar kapot.'
Goed, masochistisch dan? Haenchen blijft in touw als gastdirigent van het NedPhO, volgens de interimdirectie van het orkest. Haenchen: 'Dat met die gastdirecties weet ik nog niet. Ik weet niet of ik het met een goed gevoel kán doen. Wat ik wel heb toegezegd, is dat ik het NedPhO uitnodig voor mijn eerste
festival in Dresden in 2003.' Maar dat soort dingen zei Haenchen ook over de Nederlandse
Opera; weggewerkt als muziekdirecteur uit het directieteam met Pierre Audi en Truze Lodder, bleef Haenchen uiteindelijk aan als chefdirigent; bleef hij ook terugkomen als gastdirigent. Altijd
enthousiast.
Haenchen masochistisch? Hoe komen we erbij. Goed, hij heeft ook Pierre Audi uitgenodigd voor zijn eerste festival in Dresden. Als regisseur van Glucks Alceste. 'Artistiek gezien hebben we nooit problemen. Als iemand een uitstekende kunstenaar is hoeft hij nog geen goede directeur te zijn. Ik ben iemand die dat
gescheiden houdt.' Of was het Operadirecteur Truze Lodder die als een moeder haar twistende jongens uit elkaar hield? 'Truze Lodder heeft niet bij mij, maar wel bij Pierre Audi de rol van plaatsvervangende moeder. Met alle bescherming en alle andere gevoelens die daarbij horen. Daarom is het een goede combinatie.'
Dat het muzikaal niveau bij de Nederlandse Opera verbeterde na Haenchens 'demotie', vooral waar het ging om het gastdirigentenbeleid (oude twistappel tussen Haenchen en Audi), komt volgens Haenchen doordat hij het regelen gewoon voortzette vanuit de Beurs: 'Dankzij alle gevechten die ik heb gevoerd, kwamen we tot de afspraak dat de Opera geen gastdirigenten voor het NedPhO uitnodigt zonder de instemming van het orkest. De achtereenvolgende NedPhO-directies, inclusief Rob Overman, hebben zich daar goed in opgesteld. Dat gedoe met die titel kon me daarom weinig schelen.'
Inschikkelijk, in die term kan hij zich vinden. 'Niet zo gebruikelijk voor een dirigent, maar ik ben graag een beetje a-typisch. Ook in de manier van werken. Ik reis nu pas rond van het ene orkest naar het andere. Tot voor kort had ik, naast mijn opera's en concerten met het NedPhO, en een beetje Kammerorchester CPE Bach in Berlijn, maar vier weken per jaar voor gastdirecties.' En daar viel toch weer de naam Overman, ex-directeur van het NedPhO, kortstondig promotor van de Amsterdamse Beurs van Berlage als palazzo pubblico - tot hij opstapte, en zijn interim-opvolger Schoonderwoerd het plan uitbroedde om onder druk van de bezuiniging alle NedPhO- en kamerorkestconcerten in de Beurs maar gewoon te staken. Haenchen: 'Overman wist voor zijn aantreden, nu een kleine twee jaar geleden, dat ik als laatste nog niet met zijn benoeming had ingestemd. In het voorgesprek zei hij dat hij 'in ieder geval' met mij door wilde gaan. Nadat zijn contract was ondertekend, veranderde dat. Nog steeds moet ik gevolgen dragen van de foute beslissingen die hij heeft genomen.
'Hij heeft onzinnige uitgaven gedaan. Mensen ontslagen die doorbetaald moeten worden. Een beleidsplan in kleur laten drukken in duizenden exemplaren. De NedPhO-website die hij wilde was nodig, maar moest volgens hem in één keer worden opgebouwd. Dat kon allemaal niet in fasen. We hebben concertseizoenen moeten inkorten omdat we de concerten eenvoudig niet meer konden betalen.'
De term palazzo pubblico doet Haenchen huiveren. 'Het is allemaal zo opgeblazen. Daar ligt een basisfout. Ik bood aan te gaan lobbyen, toen die molen van het Kunstenplan ging draaien. Overman zei dat hij het lobbyen zelf zou doen. Hij deed het niet, maar kwam met een beleidsplan met grote woorden en in
kleurendruk. 'Ik ben het ook oneens met de oplossingen die de nieuwe directie heeft gekozen om de inkrimping het hoofd te bieden. Ik zou niet de helft van de kamerorkestconcerten hebben geschrapt, niet de hele Beursprogrammering hebben geschrapt, en ook niet het kamerorkest hebben vervangen door een
ensemble van deeltijdmusici. 'Ik zou het symfonieorkest kleiner hebben gemaakt, zodat het toch kan spelen in klassieke bezetting. Ik zou het kamerorkest zo hebben geprogrammeerd dat het in een vaste kern blijft doorspelen. Als je een kamerorkest niet bij elkaar houdt, verliest het alle kwaliteiten die het tot een kamerorkest maken. Een ensemble met deeltijdmensen, ik zie dat niet lukken.
'Het tweede gevaar is dat de hele Beursprogrammering verdwijnt, en daarmee ook het avontuur. Ik heb geleerd hoe de politiek in Nederland in elkaar zit, om de vier jaar verzint iemand weer wat anders - er valt weinig op te bouwen op die manier. Over vier jaar zegt iemand anders weer: zo'n kamerorkest dat het avontuur afschaft, zo'n kamerorkest hebben we niet meer nodig. Haal het maar van de NedPhO-formatie af.
'Ik vind ook dat ze zich veel te snel hebben neergelegd bij de politieke beslissingen. Het is allemaal later pas gekomen, maar het maakt 't me gemakkelijker om bij mijn standpunt te blijven. 'Dat ligt niet op mijn lijn', zeg je dan geloof ik in goed Nederlands.'
Echt vrolijk is hij er niet van geworden, van de Nederlandse kunstenplanrondes en de bijbehorende adviseringscultuur. 'Sorry dat ik lacherig doe, maar dat verhaal over het orkest in Haarlem en het Ballet Orkest, dat vind ik zo'n triest verhaal. Uitgerekend het NedPhO als voorbeeld voor die nieuwe samenvoeging. Ik ben daar woedend over.
'Als je het verhaal goed bekijkt en ziet wie in welke commissie zat, en waar de verbindingen liggen met echtgenotes en bestuursplaatsen: je ziet dat de orkesten die ergens een directe connectie hebben, dat die er geld bij krijgen. De Raad voor Cultuur heeft nauwelijks met het NedPhO gesproken. De commissie-Hierck wel, maar de Raad niet. Pervers, zacht gezegd. Daar begon het al. Het NedPhO had geen kans om te praten. Net als het NPO in Haarlem. Met de orkesten waar geld bij komt, dáár kun je goed mee praten.
'Wat voor dirigent denken ze te vinden voor een nieuw orkest in Haarlem, welke chef wil dat en kan dat, én balletten dirigeren én symfonieën? Zo'n chef is nog moeilijker te vinden dan een NedPhO-chef die én opera én symfonieën én kamerorkestmuziek aankan, waar ze in 1986 mij voor binnenhaalden.'
Genoeglijker lonkt het festivalperspectief in Dresden, Haenchens Oostduitse geboortestad. 'Ik heb daar sinds mijn koorknapenjaren in het Kreuzchor met alle instituten gewerkt. De Staatskapelle. De Semper Oper. De Philharmonie. De Hochschule.'
Nauwkeurig heeft hij het bestudeerd, het dossier dat de DDR-Staatssicherheitsdienst dertig jaar over hem bijhield, vanaf zijn zestiende, toen hij pamfletten drukte tegen DDR-verkiezingen, tot een maand voor de val van de muur, toen hij nog NedPhO-geld aan de DDR moest afdragen. 'Er ontbreken veel stukken. Maar ik zag bij de informanten geen oude vrienden. Het is, gelukkig, een dossier zonder bagage. De enige schok was dat een oom jarenlang informatie over mij doorgegeven bleek te hebben. Maar die is dood.'
Het festival in Dresden heeft een budget van vijf miljoen mark, bijna tweemaal zoveel als het Holland Festival. Wat heet, Haenchens eerste aflevering in 2003 wordt een soort Holland-festival, met het NedPhO-Haenchen, Audi, het Nationale Ballet, barok door Ton Koopman, blokfluitensemble Loeki Stardust, organisten, jazz, en Hans Vonk die Beethovens Negende dirigeert in de versie van de oer-Dresdenaar Richard Wagner. De organisatorische rompslomp deert Haenchen niet. 'Ik hoor tot het type dirigent dat zich met alles bemoeit', zegt de chef die zestien jaar geleden uit Oost-Duitsland naar Amsterdam
kwam aanzetten in een bejaarde Mazda 323.
'Mijn eerste probleem in Amsterdam was mijn Duits-zijn', memoreert hij. 'In de supermarkt. Het café. Een vooraanstaande krant vond het niet nodig dat een Duitser twee belangrijke posities kreeg. Mijn eerste tv-interview begon met een grap van de interviewer, dat je tegen een Duitser wel onaardig mag zijn.'
De Berliner Schnauze is hem vreemd. 'Maar nog steeds zijn er mensen in het orkest die er ziek van worden dat ik voor het orkest sta - die daar vanaf de eerste dag tegen gevochten hebben. Mijn Duitse accent maakt ze al gek. Ook bij jongeren speelt dat soms weer. Godzijdank kan ik het met de meerderheid prima vinden. Bij onze laatste Mahlertournee stond een van de cellisten op, heel spontaan, om te zeggen hoe
heerlijk het was geweest. Ik was diepgelukkig.'
De website houdt hij 's nachts bij. In de kleine uurtjes schrijft hij ook zijn boekjes met 'fictieve brieven aan Gustav Mahler'. Een paar boeken mogen niet zoekraken als hij straks verhuist. 'Mulisch, daar ben ik helemaal weg van. Zijn Siegfried is fascinerend. En Maarten 't Hart. Zó leuk, zoals die zich bloot
geeft, zodra hij over muziek begint.'
NedPho-Dirigent Hartmut Haenchen: 'Ik heb vijftien jaar het beste van mijn muzikale zelf in het orkest geïnvesteerd' 'Er zijn onzinnige uitgaven gedaan. Mensen ontslagen die doorbetaald moesten worden. Een beleidsplan in kleur laten drukken.'

Roland de Beer