Sinfoniekonzerte

De Nieuwe Muze, 28. März 2026
....
On-ijdel en analytisch

De Dresdner dirigent kent zijn Bruckner van binnen en van buiten, zoveel is duidelijk. Soeverein loodst hij het uitstekend spelende Nederlands Philharmonisch door de soms lastige overgangen en tempowisselingen, kiest uitstekende tempi en houdt de balans goed in de gaten – alleen het scherpe koper wil nog wel eens schel overheersen, maar dat is bijna niet te vermijden in deze partituur. Er wordt zeer geconcentreerd gespeeld, veel solo’s zijn heel mooi en er heerst grote eenheid. Maar toch… waar blijft de emotie op het gezicht van de dirigent, die nog maar een dag eerder 83 jaar werd? Er is veel concentratie op af te lezen, veel toewijding en ernst, maar passie en hartstocht zien we er niet op, en ook zijn slag is weliswaar volstrekt onijdel en analytisch, maar wordt vrijwel nergens meeslepend of transcedent – het blijft bij een meer dan uitstekende lezing van Bruckners complexe symfonie, wat op zichzelf al een heel goede prestatie is.

Raadsels van wereld en universum

Haenchen laat het orkest vloeiend spelen, maakt mooie opbouwen en het orkest klinkt goed afgewerkt, zoals kleine accentjes en subito piano’s (plotseling zacht) her en der verraden. Er is over deze interpretatie nagedacht, een leven lang, dat is wel zeker: .... wel schetst hij ons helder en transparant hoe Bruckner zijn meesterpuzzel in elkaar heeft gelegd – ook een grote kwaliteit. ...

Overwinningsaccoorden
Het langzame tweede deel klonk voorbeeldig in het orkest en het derde ook, hoewel dat laatste wat sarcastischer had mogen bijten. De finale kenmerkte zich door een sterke eenheid in het orkestspel, met prachtige hoorns (maar ook anderen), en Bruckners wat naïeve overwinningsaccoorden bliezen de zaal bijna uit elkaar, heel fijn. Een uitstekend spelend NedPho had een puike Bruckner afgeleverd.

Peter Schlamilch