Interview index (all)

01. February 2014 · Vriendenbulletin

Hartmut Haenchen

kampioen in de Ringen

Franz Straatman

 

Wie schrijft die blijft. Dit gezegde moet Hartmut Haenchen hebben gestimuleerd om zijn ervaringen als dirigent van de Ring des Nibelungen op te schrijven. Want wanneer op 14 februari 2014 in de laatste Götterdämmerung de afsluitende maten met het Erlösungsmotiv zijn uitgeklonken, is het avontuur van de Ring in het Muziektheater voorgoed voorbij. Een avontuur dat over drie periodes verdeeld, gedurende bijna twintig jaar een sterk stempel drukte op het dirigentenleven van Haenchen.

Natuurlijk is er de prachtige vastlegging op dvd van de eerste cyclus in 1999. Een productie die onlangs opnieuw is uitgebracht. De tweede cyclus in 2005 verscheen op cd. Het zijn opnames met een ander spanningsveld door het grote aantal nieuwe solisten en door de gerijpte vertolking van het Nederlands Philharmonisch Orkest onder Haenchens leiding. Er blijft dus wel iets te zien en te beluisteren, maar dat haalt het niet bij de overweldigende indruk die de uitvoeringen maakten in de zaal.

Om de herinneringen meer contouren te geven, bundelde de dirigent alle gegevens die hij tijdens voorbereiding en de uitvoeringen verzamelde om zijn interpretaties en artistieke keuzes te funderen.

Het resultaat mag een blijvertje worden genoemd, een boek in twee delen getiteld Werktreue und Interpretation. In het tweede deel richt Haenchen zich uitvoerig op de Ring des Nibelungen. Waarom bijvoorbeeld de Rijndochters de ring niet terugnemen als Siegfried die aanbiedt. Of de vraag wat het juiste, naar Wagners ideeën, tempo dient te zijn. Onthullend is een grafisch overzicht van exact genoteerde uitvoeringstijden betreffende 29 Ring-cycli vanaf 1876 (Bayreuther wereldpremière) tot en met Haenchens eigen eerste cyclus in 1998. Die van James Levine (uit 1994) is met 15 uur en 36 minuten de langste Ring. De kortste kwam onder leiding van Otmar Suitner tot stand in 1966: 13 uur en 17 minuten. De Bayreuther première onder leiding van Hans Richter (met de hete adem van Richard Wagner in de nek) duurde 14 uur 29. Haenchen blijft mooi in het midden: 13 uur 45 in 1998.

 

Kenntniss ist alles

Tevens om te markeren dat hij in 2013 zeventig jaar werd, voegde Haenchen de Wagner-hoofdstukken samen met beschouwingen over zijn ruim vijftig jaar durende ervaringen als dirigent met muziek uit de periode van de barok tot en met composities uit de twintigste eeuw. Het eerste deel van de tweeling-uitgave loopt van Bach via Mozart tot en met Beethoven. Deel 2 reikt van Brahms via Mahler tot en met nu. De gebundelde artikelen kwamen in de afgelopen dertig jaar tot stand.

Hij begon te dirigeren als student aan de Hochschule für Musik te Dresden. Zijn eerste partituur betrof een barokwerk door hem opgespoord in het muziekarchief van de Saksische Landsbibliotheek. Want vanaf het begin liet Haenchen zijn dirigeerwerk vooraf gaan door grondig onderzoek naar handschriften en eerste drukken, en naar documenten zoals brieven, dagboeken en meningen van tijdgenoten, om meer inzicht in de componisten en hun werken te verkrijgen. 'Ik ga naar het grondbeginsel te werk: precies doen wat er staat. Niet op je gevoel, maar op basis van inzicht musiceren, dáár gaat het om. Stimmung ist nichts. Kenntnis ist alles, zei Wagner immers zelf al.' Aldus Haenchen in september 1998 toen hij zijn eerste Götterdämmerung dirigeerde. De twee delen bieden dan ook een veelheid aan achtergrondinformatie, wat deze leesboeken het karakter van studieboeken geeft. Gelukkig schrijft Haenchen in een heldere stijl en is zijn Duits voor een beetje geoefende lezer in die taal goed te volgen.

 

Goddelijke ingreep

Deze bijzondere afronding van het glorieuze Ring-project werd stevig beïnvloed door een opmerkelijke ingreep van de goden op de klassieke Kunstberg. Na de beëindiging van de eerste Ring-cyclus in 1999 werden de decors wel opgeslagen voor een eventuele herneming, maar het was geen uitgemaakte zaak dat Hartmut Haenchen die zou dirigeren.

Toen De Nederlandse Opera in 1999 met een nieuwe chefdirigent verder wilde gaan in de persoon van Edo de Waart, werd hij – met ervaring in een concertante Ring in de toenmalige Vara-matinee – de kandidaat voor de herneming. Maar op de Kunstberg werd er anders over gedacht. Hoe de manipulatie tot stand kwam, blijft in de wolken verscholen, maar De Waart gaf na een paar jaar vrij plotseling te kennen, dat hij niet meer zo’n zin had in het chefschap bij DNO. ‘Dan ook geen Ring’, zo besloot de directie van DNO. Maar de uitvoeringen stonden al gepland; wie dan? Hartmut Haenchen was eigenlijk de enige, logische vervanger, want hij stond op de rol als ‘eerste gastdirigent’.

Een tweede herneming kwam in zicht, in en rond het Wagner-jaar 2013. Toen die beslissing werd genomen, had DNO geen eigen chefdirigent. De Waarts opvolger Ingo Metzmacher was ook voortijdig vertrokken en DNO wilde rustig de tijd nemen om een nieuwe chefdirigent te vinden. Ten derde male werd Hartmut Haenchen door de Kunstberg naar voren geschoven, net voordat Marc Albrecht een contract tekende als chefdirigent.

 

Kun je het nog?

Op 14 februari kan Haenchen dan ook terugkijken op 31 uitvoeringen van zowel Das Rheingold, Die Walküre, en Siegfried plus 6 generales, oftewel 37 keer iedere opera. Alleen Götterdämmerung haalde 30 voorstellingen plus 6 generales. In totaal met generales er bij 147 uitvoeringen tussen september 1997 en februari 2014. Je kunt ook zeggen: 36 keer een Ring. Als echte cyclus ging de Ring 10 keer, en daar komen nog 4 generales bij, oftewel 14 keer de Ring-cyclus. Hij kan kampioen in de Ring(en) worden genoemd, want welke dirigent heeft dat voor elkaar gekregen? Bovendien steeds in dezelfde, legendarisch geworden productie van Pierre Audi.

Nog interessanter: wat heeft het aan lichamelijke inspanning gekost?

Haenchen lacht bij de vraag. 'Toen ik er aan begon was ik 56 jaar; ik moest veel moeite doen om de reeksen uitvoeringen vol te houden. Nu ik 70 ben, gaat het me veel gemakkelijker af. Pierre vroeg het me toen we over de huidige herneming spraken: kun je het nog?'

Een geestig antwoord is te vinden in Haenchens eerste boek waarin hij het nut van de dirigeerstok bespreekt. 'Die komt tegemoet aan de gemakzucht van de dirigent. De stok is de verlenging van de arm. Zo gauw als ik een dirigeerstok gebruik, kan ik mijn lichamelijke inzet, vooral die van mijn armen duidelijk beperken. Dat is voor werken, die vijf uur of langer duren, ook een zaak van fysieke economie'.

 

Ervaringsberoep

'Dirigeren is een ervaringsberoep', stelt Haenchen. Hij noemt als voorbeeld de treurmars met het dode lichaam van Siegfried waar diverse teleenheden door elkaar lopen. Gaandeweg leerde hij die passage zo te dirigeren dat alle elementen in elkaar passen. Ook inhoudelijk groeide zijn inzicht. Vanaf het begin van de Ring-productie van Haenchen en Audi werd de Waldvogel door een jongenssopraan gezongen. Zo wenste Wagner dat volgens de aanduiding in de oorspronkelijke partituur. Maar waarom wilde Wagner dat.

Haenchen: 'Bij de tweede editie drong het tot me door dat het geen vrouwenstem kàn zijn, omdat Siegfried vóór hij Brünnhilde ontmoet, nooit een vrouw gezien, noch gehoord heeft. Het is strijdig aan de dramaturgie dat de Waldvogel door een vrouw zou worden gezongen. Met de zangers bespreken we zulke dingen. Ze komen ook met vragen. Bijvoorbeeld: de huidige Gunther, Alejandro Marco-Buhrmester, zei me dat dit zijn zevende keer was dat hij de rol zingt, maar dat nog geen dirigent hem had kunnen verklaren waarom er een grote pauze staat tussen de vraag van Siegfried hoe de zus van Gunther heet en het antwoord van Gunther. Uit die stilte blijkt, zo heb ik hem uitgelegd, dat er meer is dan een broer-zus verhouding tussen Gunther en Gutrune. Gunther schrikt; hij raakt haar kwijt en ook zijn relatie. Met dat inzicht kan een zanger de gevoelens van zijn personage uitspelen.'

 

Einde Bach-orkest

Haenchen neemt in dit jaar 2014 niet alleen afscheid van de Ring, maar ook van zijn Kammerorchester Carl Philipp Emanuel Bach. In 1980 werd hij uitgenodigd om artistiek leider te worden van een kamerorkest voortgekomen uit de Berlijnse Staatsoper, in de toenmalige DDR. Haenchens intrede bracht ook een artistieke heroriëntatie met zich mee doordat als werkgebied gekozen werd voor de rijke muzikale geschiedenis van Berlijn. De werken van Carl Philipp Emanuel Bach, onder meer cembalist en componist aan het Berlijnse hof, kregen onder Haenchens leiding nieuw leven in een uitvoeringspraktijk gebaseerd op de normen van toen. In zijn eerste boek wijdt Haenchen een diepgravend artikel aan het wel, en niet, en hoeveel vibrato.

'Het orkest houdt op te bestaan omdat ik mij na dertig jaar terugtrek; alle instrumentale muziek van Carl Philipp hebben we gespeeld en opgenomen. Bovendien is er geen opvolger gevonden. Het wordt steeds moeilijker om voor de repetities en uitvoeringen de musici bijeen te brengen. Ook telt mee dat het orkest sinds 1990 geen subsidie meer krijgt. De musici spelen zonder honorarium. De inkomsten uit de abonnementsconcerten zijn niet eens genoeg om de huur van de zalen te betalen. In de DDR betaalden we 500 Ostmark. Na de Wende werd het 5000 DM en nu kost de zaalhuur 10.000 euro.'

 

Godenstrijd

Om het afscheid te markeren, is een concertante uitvoering op cd uitgebracht van de theatrale serenata La Gara degli Dei van Johann David Heinichen die tien jaar geleden werd uitgevoerd in Berlijn, voor het eerst sinds de première in 1717. Een levendig werk met enkele verrassende aria's. In het Nederlands luidt de titel De Godenstrijd. Niet alleen de Germaanse, maar ook de klassieke goden die Haenchen zo welgezind waren, zwaaien hem uit. De dirigent gaat evenwel onvermoeid door: een Lohengrin in Madrid, een Daphne in Toulouse en orkestprogramma's van Helsinki tot Tokio. Een kampioen geeft nooit op.

 

Werktreue und Interpretation. Uitgave van PFAU-Verlag. ISBN 978-3-89727-499-0. O.a. verkrijgbaar in het Muziektheater.