Interview-Verzeichnis (alle)

24. März 2026 · Dagblad van het Noorden

De Matthaus is voor iedereen nu actueel

Bij het Noord Nederlands Orkest zal Hartmut Haenchen (1943) voor het eerst in zijn leven de Matthäus Passion van Bach dirigeren. Die kent hij al vanaf zijn jeugd, maar zijn uitvoering wordt zeker anders dan toen.

“Ik heb op mijn achtste het O Lamm Gottes in het openingskoor gezongen en later in het Dresdner Kreuzchor alle koorpartijen: eerst sopraan, daarna alt en na de stembreuk tenor, uiteindelijk werd ik bariton. Naast orkestdirectie heb ik heb ook ik zes jaar zang gestudeerd en als solist Christus en alle basaria’s uitgevoerd. Bij ons in Dresden werd  ieder jaar twee of drie keer de Matthäus gedaan; zoveel uitvoeringen als in Nederland zijn daar niet.”

Nederland is van een romantische Matthäus onder Eugen Jochum overgestapt naar barokpioniers als Nikolaus Harnoncourt. Hoe was de traditie in de D.D.R in uw tijd?

“Mijn traditie was een andere, niet groot romantisch, het Dresdner Kreuzchor voerde hem met 80 koorleden uit. Het was dus geen Jochum maar sowieso geen Harnoncourt.”

Door de zogeheten authentieke barokbeweging is veel veranderd: snellere recitatieven en koralen bijvoorbeeld.

Er is zeker het een en ander ten goede veranderd door de ‘authentieke’ barokbeweging: andere tempi, niet meer die eindeloos lange recitatieven. Maar neem dan hun vreselijke verhaal dat vibrato in de barokmuziek niet voorkomt. Dat klopt gewoon niet, in elk 18e -eeuws muziekboek wordt het genoemd als belangrijkste versiering. De specialisten citeren altijd Leopold Mozart die in zijn Vioolmethode iets negatiefs zegt over violisten die permanent trillen alsof ze koorts hebben, maar een bladzijde later geeft hij duidelijke aanwijzingen voor verschillende soorten vibrato en hoe het gebruikt kan worden. Maar ik heb vele specialisten meegemaakt die gewoon tegen het orkest zeggen: ‘geen vibrato’. Als dat je vakmensen zijn….Dat barokmuziek een halve toon lager hoort te klinken is ook zoiets. In die tijd kon de toonhoogte per land of streek verschillen en in sommige Duitse steden verschilden de orgels zelfs per kerk van toonhoogte. Iedereen is elkaar gewoon gaan nadoen zonder nog originele bronnen te raadplegen. Ik ben daar zelf al op mijn dertiende mee begonnen. En ook wat Dynamik anlangt, wordt veel gewoon niet gedaan, wat in Bachs tijd gebruikelijk was. Klein voorbeeld: Bachs tijdgenoot J.J.Quantz geeft in zijn boek „Versuch einer Anweisung die Flöte traversiere zu spielen“ een voorbeeld: In 48 maten moeten naar zijn mening 79 dynamische veranderingen zijn. Dus heel anders, als wij het vaak horen.

Harnoncourt klaagde ooit dat iedereen hem imiteerde. “Dat zijn de Harnoncourtisanen” zei barokpionier Gustav Leonhardt toen.

(Lachend) “Die ken ik niet maar het klopt met wat ik net heb gezegd. Ik heb nooit naar Harnoncourts Matthaus geluisterd, ik luister bijna nooit naar anderen. Ik heb hem wel  een paar keer meegemaakt. En als ik kritische vragen hat zij hij: Ook als je het fout doet moet je met overtuiging doen.

Was de Matthäus doen bij het NNO uw voorstel?

Nee, artistiek leider Marcel Mandos heeft het me gevraagd. En daardoor gaat en grote wens van mij in vervulling. (Het was 2022 in Tokyo gepland, maar corona..) En nu mag ik volgend jaar ook het Weihnachtsoratorium dirigeren. Als chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch en – Kamerorkest, heb ik wel een paar keer de Johannes Passion kunnen uitvoeren. De Matthäus kreeg ik niet, daar wilde de toenmalige directie specialisten voor. Over de koralen in de Johannes heb ik toen kritisch commentaar gekregen, blijkbaar deed men die in Nederland anders. In Saksen is een traditie over hoe je in de kerk koralen zingt: heel flexibel, niet extreem langzaam en afhankelijk van de tekst. Een koraal moet zo gezongen worden dat iedereen in de kerk het kan zingen tot er een adempauze komt. Ook organisten volgden de articulatie van de tekst. En dat heb ik in de 7 jaar die ik cantor was ook geprobeerd.

Van Bachs zoon Carl Philipp Emanuel heeft u veel muziek uitgevoerd en opgenomen.

Hij was de Bach van zijn tijd en ben ik daar jaren rond 1980 mee begonnen met de Staatskapelle Berlin, eigenlijk de opvolger van het orkest van Frederik de Grote waar CPE de Cembalist dus dirigent van het orkest was. Drie dingen moesten me breed houden vond ik: oude muziek met kamerorkest, grote romantische muziek en opera.

Wat opera betreft: in hoeverre wordt uw Matthäus dramatisch?

Telkens lees je dat Bach in Leipzig conflicten kreeg omdat men zijn muziek te opera-achtig vond. En de nieuwe vorm van oratorium die Bach componeerde was (behalve de koralen) in vorm van de moderne opera. Dan mag het van mij op sommige momenten ook zo klinken. De Evangelist zingt veel zakelijke mededelingen, maar ‘und weinete bitterlich ‘ is ronduit dramatisch. Het dramatische zit ook in de manier waarop de recitatieven aansluiten op de rest. Mijn solisten mogen vibrato hebben, dat is heel natuurlijk, ook bij jongensstemmen. Luister maar naar tenor Peter Scheier toen hij nog jongensalt was bij het Kreuzchor. De cantor Johann Krüger (1647) heeft zijn Jongens daarna uitgezocht, welke het mooiste vibrato hadden. Wel moet het ook zonder vibrato kunnen en het mag geen tremolo worden. Ik had graag jongens bij de solisten gehad, maar dat laat de Nederlandse wetgeving niet toe. Dus worden het vrouwenstemmen; countertenoren in Bach wil ik niet omdat Bach nooit Countertenoren of Castraten ingezet heeft. Maar ik vind ze prima voor castratenrollen in barokopera’s. We moeten proberen zoveel mogelijk te volgen wat Bach wil, maar een bezetting met 7 solisten is te duur en sommige theologische dingen kun je aan moderne mensen niet meer overbrengen. (beter 2 zinnen omdat dit twee heel verschillende onderwerpen zijn ?)Ik zal proberen het anders te doen dan in mijn vroegere traditie, maar niet zogezegd authentiek. Dat bestaat ook helemaal niet, we zijn heel andere mensen dan die van toen en we spelen voor mensen, niet voor muziekwetenschappers. Maar altijd als ik klaar ben met dirigeren vraag ik me af wat ik nog anders had kunnen doen.

Hoe gelovig moet iemand zijn voor de  Matthäus Passion?

Zelf ben ik in de DDR in een atheïstisch gezin opgevoed, maar door geweldige leraren heb ik me op mijn 14e Evangelisch laten dopen. Ook heb ik in Jerusalem de kruisweg gelopen en de Heilige Grafkerk en Gethsemane bezocht. Maar de passie is voor iedereen nu actueel. Kijk maar goed naar de tekst: Jezus zegt nooit dat hij Gods zoon is of de koning der joden. Anderen zeggen dat, hij wordt veroordeeld voor wat hij niet gedaan heeft, maar om door wat anderen beweren.

Paul Herruer